Uitbreiding van de HZS: combinatie oud en nieuw

De Hogere Zeevaartschool heeft een ontwerp gekozen voor de geplande uitbreiding van de hogeschool. Het wordt een combinatie van een nieuw gebouw én de renovatie van het bestaande gebouw. Hierbij zal de nieuwbouw zich strategisch in de hiërarchie van het bestaande gebouw positioneren.
Een nieuw schoolgebouw is noodzakelijk om voor het huidige aantal studenten bijkomende uitrusting ter beschikking te stellen, om de verdere toename van het aantal studenten op te vangen en om infrastructuur te voorzien voor nieuwe opleidingen.

Het bouwtechnische dossier werd door het studiebureau Probam gecoördineerd. Aangezien het huidige schoolgebouw een beschermd monument is diende de inplanting van een nieuw gebouw rekening te houden met de unieke positie in het historische kader van het Noordkasteel.
Daarom werden de erfgoeddiensten van de Vlaamse overheid en de stad Antwerpen, alsmede de Stadsbouwmeester, van in het begin bij de uitwerking van het dossier betrokken. Deze instanties maakten ook deel uit van de jury die het uiteindelijke ontwerp weerhouden heeft.
Bij de inplanting van een nieuw gebouw diende ook rekening te worden gehouden met de verlenging en verbreding van de Royerssluis, en met mogelijke infrastructuurwerken in het raam van de Oosterweelverbinding.
Na publicatie van het bouwtechnisch dossier met projectdefinitie, toonden 150 architectenbureaus interesse voor het project, waarvan uiteindelijk 35 een offerte-dossier hebben ingestuurd. Hieruit werden 5 bureaus geselecteerd om een concept, visie en schets in te dienen.
De keuze viel op het voorstel van een tijdelijke vereniging bestaande uit Atelier Kempe Thill uit Rotterdam en aNNo architecten uit Gent.

 

Zo wordt het: links het gerenoveerde bestaand gebouw, rechts het nieuwe gebouw.

 

Integrale restauratie bestaand gebouw

Het architectenteam schat het bestaand gebouw als zeer waardevol in en is van mening dat we hier over een potentieel top-monument spreken. De diverse latere aanbouwen en verbouwingen worden als van ondergeschikte architecturale kwaliteit geëvalueerd.
Om deze reden wordt voorgesteld dat de oorspronkelijke toestand (1931) het historische referentiekader is waarbinnen de grote opties van de toekomstige herstel- en restauratiewerken moeten gesitueerd worden.
De drie strategische doelstellingen binnen deze globale visie kunnen als volgt omschreven worden:
1. De originele architecturale, ruimtelijke en functionele kwaliteiten van het gebouw herstellen en tot hun recht laten komen.
2. Nieuwe programma’s en technische standaarden invoeren om tegemoet te komen aan de evolutie van de functionele eisen van de gebruikers waarbij deze eisen respectvol worden geïmplementeerd. Normen en comforteisen worden niet genegeerd, maar met een minimaal mogelijke impact op de originele bouwdelen geïmplementeerd (minimalisatieprincipe).
3. Het gebouw conform maken aan de huidige normen van veiligheid, comfort, hygiëne etc. Het voorgestelde restauratieproject stelt daarom een ‘geïntegreerde aanpak’ voor waarbij de vernieuwde visie voor het toekomstige gebruik samen met de herwaardering en restauratie van het monument zelf als één globaal en coherent project wordt uitgewerkt.

 

 

 

Nieuwbouw: flexibiliteit en publiek plateau

Het architectenteam stelt voor om tussen de nieuwbouw en het bestaande gebouw visueel afstand te creëren, maar alsnog beide gebouwen zo logisch mogelijk met elkaar te verbinden. Dit wordt mogelijk gemaakt door het realiseren van een half-verdiept plateau dat gebruik maakt van de al op locatie aanwezige hoogteverschillen en visueel opgenomen wordt in de doorzetting en herstelling van het landschappelijk talud rond het bestaande gebouw.

Het plateau wordt logisch met de hoofdingang en de trappenhuizen van het monument verbonden.
Het plateau vormt een zeer grote, flexibele foyerachtige ruimte waarbij alle kwaliteiten van de school op een onverwachte en inspirerende manier bij elkaar komen. De zeer comfortabele auditoria met goede akoestiek, het getrapte restaurant met zijn groot buitenterras aan de zonnige westkant en de grote werkplaatsen en labo’s liggen allen op het publieke plateau en zijn door middel van grote flexibele glaspartijen visueel met elkaar verbonden.
Dit plateau functioneert als nieuwe “publieke ruimte” in de hogeschool en maakt het mogelijk om ook evenementen voor derden – zoals beurzen en conferenties – goed te kunnen organiseren.

De bovengrondse uitbreiding wordt een flexibel gebouw waarmee op toekomstige ontwikkelingen kan geanticipeerd worden. Alle labo’s en werkplaatsen laten zich eenvoudig aan elkaar koppelen en bezitten door het gevelraster ook de flexibiliteit op termijn anders te worden ingedeeld.
De ontwerpers stellen voor om alle werkplaatsen op de onderste lagen te organiseren terwijl zich op de bovenste lagen vooral de labo’s, simulatoren, studieruimtes en de bibliotheek bevinden. Alle werkplaatsen op de onderste laag hebben een ruime hoogte, zodat er geen concessies hoeven te worden gedaan aan de activiteiten die er nu of in de toekomst plaats zullen vinden.

 

 

Naar nieuwsoverzicht